Handbalvereniging BFC

Clubhistorie HV Blauw-Wit

Neerbeek

Handbalvereniging-Blauw Wit werd in april 1957 opgericht in het Limburgse dorpje Neerbeek onder leiding van de legendarische “meister” Sjef Nijsten. In de jaren vijftig en zestig leidde de vereniging een tamelijk rustig bestaan, hoewel het ledenaantal bij zowel heren als damesteam gestaag groeide.

Begin jaren zeventig vestigde met name de herenafdeling de aandacht op zich. In een aantal jaren bleek een zeer talentvolle groep met klinkende namen als Peter Verjans, Wim Goossens, Cor Vincent en (wijlen) Hub Dohmen in staat om vanuit het niets de eredivisie binnen te stormen (seizoen 1977/1978). Inmiddels versterkt door o.a. de handballegende Piet Kivit (ook als speler/trainer) en broer René Kivit wist de ploeg in 1980 en 1981 de landstitel te veroveren, ten koste van gerenommeerde verenigingen als Sittardia en Hermes. Onvergetelijk uit deze periode zijn met name de Europacupwedstrijden tegen IL Zaporozhye (Oekraïne) en VfL Gummersbach (Duitsland).

Vanaf dat moment sprak de club ieder jaar een flink woordje mee op het hoogste landelijke handbalniveau. In 1984 trad Guus Cantelberg aan als trainer/coach bij de Neerbeekse ploeg. Hij nam een jonge, ambitieuze ploeg op sleeptouw met als meest opvallende speler de (op dat moment) beste keeper van Nederland, Jacques Josten. Andere spelbepalende spelers waren spelverdeler Raymond Steijvers, schutters Ronald Habraken en Arthur Huntjens en cirkelloper Paul Coenen. Cantelberg leidde deze groep in 1986 naar de bekerwinst en in 1988 naar een verdiend landskampioenschap. Internationaal werden in deze periode Europacupwedstrijden gespeeld tegen US Kyndill Torshavn (Far Öer-eilanden!), Raba Vasas Eto Györ (Hongarije) en de Duitse toppers THW Kiel (West Duitsland) en SC Leipzig (DDR!).

Toen de club in 1991 te maken kreeg met het vertrek van een aantal ervaren spelers én trainer Guus Cantelberg, besloot men te gaan bouwen aan een sterk verjongde ploeg, onder aanvoering van keeper Jacques Josten en spelverdeler Raymond Steijvers. Deze nieuwe ploeg bevatte een mix van eigen jeugd (Marcel Eurelings, Remco Jongen) en versterkingen van buiten de vereniging (Harold Nusser en Claus Veerman) en wist aan het einde van het seizoen 1992/1993 onder leiding van trainer/coach Peter Verjans, de bekerfinale te bereiken én te winnen.

Wederom werd het team verjongd en onder leiding van trainer/coach Paul Coenen, slaagde een relatief onervaren ploeg erin om bij aanvang van het seizoen 1993/1994 de Supercup te veroveren tegen het veel sterker geachte en latere landskampioen Sittardia. In dit seizoen werd bovendien in de Citycup (Europacup 4) de strijd aangebonden met Europese topper US Ivry uit Frankrijk. Deze sensatie werd opgevolgd door een onverwacht sterk seizoen 1994/1995 van het toenmalige Revival/Blauw Wit, waarbij voor het eerst de play-offs werd bereikt om vervolgens als vierde te eindigen.

Inmiddels deed ook de damestak van Blauw Wit van zich spreken door binnen 4 jaar het eerste divisieschap te bereiken. Vaste speelsters als Frisca Knoben, Jolanda Cobben en Lydia Moonen werden aangevuld met bekende speelster van buiten de vereniging, zoals Diana Mouton en Kim Eekhoudt. In het seizoen 1996/1997 klopte men zelfs aan de deur van de vaderlandse eredivisie, maar helaas wist OSC uit Amsterdam de promotie te voorkomen. Na afloop van dit seizoen leidden organisatorische en financiële problemen helaas tot het uit elkaar vallen van dit veelbelovende damesteam.

Vanaf het seizoen 1995/1996 kwamen de heren van Inrada/Blauw Wit wederom onder de hoede van trainer/coach Guus Cantelberg. Ambitieus timmerde de club aan gouden toekomst, maar om de bovenste plaatsen werd deze keer niet meegespeeld. In dit seizoen werden overigens in de Citycup twee wedstrijden verspeeld en verloren op de Canarische Eilanden tegen Cadagua/Galdar, de nr. 3 van Spanje. Het tweede seizoen 1996/1997 werd een turbulent seizoen waarin in organisatorische zin het een en ander veranderde. Een nieuw bestuur trad aan en formuleerde een meerjarig beleidsplan, waarin de doelstelling werd geformuleerd: “Inrada/Blauw Wit: kleurrijk naar de top”. Uit dit beleidsplan vloeide een aantal maatregelen voor het nieuwe seizoen voort, zoals het aanstellen van een technisch coördinator (Guus Cantelberg), maar bovenal het aantrekken van twee buitenlandse spelers. Uit Zweden werd linkshander Johan Lindahl aangetrokken; bovendien kwamen de Noor Frode Carlsson en veelvuldig international Dick Mastenbroek de gelederen van Inrada/Blauw Wit versterken.

Inrada/Blauw Wit greep in het seizoen 1997/1998 op het nippertje naast een play-off plaats, waarna door de zogenoemde degradatiepoule de zevende plaats in de eindrangschikking werd bereikt. Inmiddels bestonden er vergevorderde plannen om te komen tot een fusie van de andere eredivisieclub uit de gemeente Beek: halgenoot Direkt Mail/Caesar.

Met dank aan Roel Goffin